~ Jonas ~

Home
Up
~ Foto's ~

 

Muziektheaterstuk

 

In 1875 monsterde de achttienjarige Frank Bullen aan op een Amerikaanse walvisvaarder. Vanuit New Bedford, Massachusetts, voer hij rond de hele aardbol: via Kaap de Goede Hoop zeilde hij mee naar de Zee van Ochotsk (ten Noorden van Japan) om via de Hawaii-eilanden, Nieuw-Zeeland en Kaap Hoorn uiteindelijk terug te keren naar de thuishaven. De reis zou bijna 3 jaar in beslag nemen. In 1897 verscheen zijn boek over de belevenissen aan boord ‘The Cruise of the Cachalot’, in het Nederlands uitgegeven als ‘De Zwerftocht van de Cachalot [de Potvis]’.

Jan Smeets heeft dit reisverslag genomen als leidraad voor ‘Jonas’, een muziektheaterstuk over de traditionele zeil- en walvisvaart. De merendeels originele shanties – werkliederen op dwarsgetuigde schepen - worden uitgevoerd door Zingerij Dwarsgetuigd in samenspel met acteurs van de toneelvereniging de Lindespelers beiden uit Nuenen. Op 1 september 2007 vindt de premičre plaats in het openluchttheater Mariahout.

Zoals te verwachten valt, is de animo om aan te monsteren op een walvisvaarder niet erg groot. Vaak worden de zeelui daarom geronseld door een waard, die hen dronken voert of hun schuld kwijtscheldt in ruil voor één maand gage die een zeeman krijgt als voorschot.

Roeiers brengen in de nacht de boot buitengaats en tegen de tijd dat de zeelui ontwaken, bevinden ze zich al op volle zee.

Al snel blijkt dat de omstandigheden aan boord buitengewoon slecht zijn: het eten is beroerd en een dronkenlap van een kapitein sart de bemanning tot het uiterste. Diefstal van een paar piepers wordt uiterst hard gestraft. De enige die goed voor zichzelf kan zorgen en zorgt, is de scheepskok.

Niet lang na het vertrek vindt het eerste ernstige ongeluk plaats. Eén man komt om het leven door een val uit het want.

Na de eerste maand vindt de ceremonie van het ‘dode paard’ plaats. De zeelui hadden het gevoel dat zij daarna pas geld gingen verdienen, omdat hun eerste maandgeld bij de waard was achtergebleven. In een optocht wordt een zelfgemaakt paard over dek gedragen en tenslotte verdronken in de plomp. Gebruikelijk is dat de bemanning bij die gelegenheid een oorlam aangeboden krijgt.

De tocht gaat verder. Eén zeeman ontsnapt op het nippertje aan de dood door verdrinking, omdat hij door bijgelovige bemanningsleden wordt aangewezen als een ‘Jonas’: iemand die ongeluk brengt op een boot en daarom overboord moet worden geworpen.  Hij wordt gered door de doortastende bootsman.

Bij het passeren van de evenaar komt er hoog bezoek van Neptunus en zijn gezelschap. De ‘groentjes’ zullen door hem gedoopt gaan worden. Uiteraard heeft de rest van de bemanning een oorlam verdiend. Hierbij loopt het uit op een (nieuwe) ruzie tussen de kapitein en een matroos, Goliath, over de kwaliteit van het vuurwater. Erger wordt voorkomen doordat er plotseling een storm opsteekt. Tijdens die storm ligt de kapitein weer dronken in zijn kooi. Wanneer hij na afloop naar buiten komt, maakt hij de bemanning hevige verwijten over haar onkunde. Dat loopt uit op een gevecht tussen de kapitein en Goliath. De laatste grijpt hem beet en trekt hem mee over de reling. De kapitein verdrinkt, maar tot aangename verrassing van de rest van de bemanning komt Goliath weer boven water. De bootsman wordt tot kapitein gekozen.

Zodra  de spuitende fontein van een walvis wordt waargenomen, worden de sloepen uitgezet en begint de jacht. Met succes. Al snel komen de roeiers terug met een dode walvis op sleeptouw. Intussen is op de ‘Potvis’ het fornuis in gereedheid gebracht. In de grote kookpotten wordt de traan gesmolten, zodra de blubber is losgesneden en in moten is gehakt. Het eerste vuur wordt gestookt met hout, maar daarna wordt uitgekookt walvisspek gebruikt. De walvis levert als hij eenmaal is aangestoken zelf de brandstof en verbrandt zijn eigen lichaam. De hoogoplaaiende vlammen geven een rode gloed aan de mannen van de wacht, terwijl het schip verder zeilt in de nacht.

Vele maanden gaan aldus voorbij. De tocht voert naar de koude Zee van Ochotz, totdat uiteindelijk de vaten in het ruim vol beginnen te raken en de ‘Potvis’ koers zet naar de Hawaii-eilanden. Vooral het eiland Maui doet de harten van walvisvaarders sneller kloppen, omdat die weten dat de inheemse vrouwen klaar staan om de vermoeide zeelui met open armen te ontvangen. 

Voor enkele impressies van de repetities en de uitvoeringen zie de fotopagina.